Met een angstkreet ontwaakte Danny naast zijn bedgenote.

«Wat is er?» vroeg Iris met slaperige stem.

«Niks … een nachtmerrie. Ik droomde dat ik opgesloten zat in een kapsalon waar nooit een klant kwam.»

«Als dat maar geen slecht voorteken is.»

«Och kom! Een domme droom. Zal wel aan de stress te wijten zijn.»

«Hopelijk … hé is dat de huisbel niet die ik daar hoor?»

«Verdomme! Daar heb je de eerste klant al.»

«Zo vroeg? Het is pas kwart na acht.»

«Waarschijnlijk zo’n mafketel die kost wat kost de allereerste klant wil zijn. En ik ben niet eens aangekleed.»

«Trek je ochtendjas aan. Misschien is het maar een brievenbesteller met de eerste gelukwenskaartjes.»

Danny trok de straatdeur open. Voor hem stond Fons met een dwaze glimlach op zijn smoel. Stomdronken.

«Hei Pietje Enetand!» lalde Fons, «ik wou de eerste zijn om mijn krullenkop te laten …»

«Je bent al aan het feestvieren, zie ik. De openingsreceptie gaat anders pas deze avond door.»

«Recht van café naar coiffeur … wou de eerste zijn om …»

«Zou je niet best gaan slapen?»

«Geen sprake van! Wou de eerste zijn om mijn krul …»

«Maar je bent veel te vroeg.»

«Zal wachtten … wou de eerst zijn om …»

«Goed! Kom binnen! We gaan eerst koffiedrinken en dan ga ik jou … scalperen.»


Terug naar dagdroom

<